Diepe aanlandingen Wind op Zee
Nederland wil in 2050 helemaal overstappen op duurzame energie. Windenergie op zee is hierbij onmisbaar. De stroom uit nieuwe windparken moet via kabels aan land worden gebracht en aangesloten worden op het landelijke elektriciteitsnet. Tot nu toe gebeurde dat vooral aan de kust.
Voor de toekomst kijken we ook naar mogelijkheden om de elektriciteit verderop in het land aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Dat noemen we diepe aanlanding. Op die manier voorkomen we verdere overbelasting van het elektriciteitsnet ( netcongestie ) aan de kust.
Voorverkenning
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft een voorverkenning voor diepe aanlandingen uitgevoerd. Het doel van de voorverkenning was om geschikte aansluitlocaties dieper landinwaarts te vinden, en routes in kaart te brengen voor de ondergrondse kabels die de gelijkstroom van de windparken op zee naar de aansluitlocatie brengen. Uit de voorverkenning komen alternatieven voor aansluitlocaties en zoekzones voor routes, die in een vervolgprocedure in meer detail onderzocht kunnen worden. Het ministerie heeft hiervoor samengewerkt met netbeheerder TenneT, Rijkswaterstaat en de betrokken provincies.
In de voorverkenning is ook een variant onderzocht met een gelijkstroom schakelstation (hub) bij de westkust. Een schakelstation verbindt twee of meerdere gelijkstroomverbindingen met elkaar. Met dit schakelstation kan TenneT beter sturen naar welk aansluitpunt de elektriciteit gaat, in periodes waarin er minder wind is.
Wat heeft de voorverkenning opgeleverd?
In de voorverkenning zijn aanlandingen onderzocht in de provincies Flevoland, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Het onderzoek was gericht op de effecten op milieu en leefomgeving en op het energiesysteem. Uit de onderzoeken blijkt dat een diepe aanlanding van windenergie het beste in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg plaats kan vinden.
Wat gebeurt er na de voorverkenning?
De voorverkenning is de 1e stap in het proces om tot diepe aanlandingen te komen. De resultaten vormen input voor het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH II) . PEH II gaat op basis van de resultaten van de voorverkenning, onderzoeken hoeveel diepe aanlandingen nodig zijn en waar dit in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en/of Limburg plaats kan vinden. Ook onderzoekt dit programma of een gelijkstroom schakelstation aan het Nederlandse energiesysteem toegevoegd moet worden. Bij dit onderzoek worden niet alleen de aanlandingen van windenergie van zee betrokken, maar ook alle andere bronnen van energie. Zo ontstaat een integraal beeld hoe vraag en aanbod van energie het beste op elkaar afgestemd kan worden. De resultaten van dit onderzoek worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht. Op basis van deze resultaten worden de hoofdlijnen van het PEH II geschetst.
Hoe gaat het verder nadat de hoofdlijnen voor PEH II bekend zijn?
Nadat uit de de hoofdlijnen voor PEH II bekend is geworden hoeveel diepe aanlandingen nodig zijn, waar deze op het hoogspanningsnet aangesloten moeten worden en of de diepe aanlandingen aangesloten moeten worden op een schakelstation aan de kust, wordt een procedure gestart. De onderzoeken uit de voorverkenning, worden gedetailleerder onderzocht. Dat gebeurt in een programma, in één of meer projectprocedure(s), of in een combinatie van een programma en een projectprocedure . Dit traject duurt een paar jaar.
Wanneer zijn de diepe aanlandingen klaar?
De realisatie van deze diepe aanlandingen is gepland rond 2040.
Hieronder vindt u het document: Vragen en antwoorden - Voorverkenning diepe aanlanding windenergie op zee.