Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan
Twee personen staan bij een buisleiding in werkkleding

Wetten en regels over energie

Voor de energietransitie zijn verschillende wetten en regels nodig. Deze regels veranderen regelmatig, omdat het energiesysteem volop in ontwikkeling is. Op deze pagina leest u welke belangrijke wetten er zijn en wat er de komende jaren verandert.

Internationale wetten

Veel Nederlandse energiewetten komen voort uit Europese afspraken. Europese landen hebben samen doelen afgesproken voor minder uitstoot, meer duurzame energie en zuiniger energiegebruik. 

  • De Europese Klimaatwet: in deze wet staat dat Europese landen in 2030 55% minder broeikasgassen willen uitstoten dan in 1990. 
  • De Renewable Energy Directive III (REDIII): deze regels moeten ervoor zorgen dat in 2030 een groot deel van alle energie duurzaam wordt opgewekt, bijvoorbeeld met zon en wind. Voor Nederland is dit 39%.  
  • De Energy Efficiency Directive (EED): hierin is vastgelegd dat Europese landen samen 11,7% minder energie willen verbruiken.

Nederlandse klimaatwet

Nederland heeft sinds 2019 een nationale Klimaatwet die past bij de Europese doelstellingen en deze vastlegt op nationaal niveau. In de Klimaatwet staat dat Nederland in 2030 veel minder broeikasgassen moet uitstoten dan in 1990. In 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn. 

De nieuwe energiewet

1 januari 2026 is de nieuwe Energiewet ingegaan. Deze wet vervangt de oude Elektriciteitswet uit 1998 en Gaswet uit 2000. De nieuwe Energiewet zorgt ervoor dat de regels beter passen bij het energiesysteem van nu en de toekomst. Met meer duurzame en lokale energieproductie, opslag en het beter benutten van de netcapaciteit.  

In de nieuwe Energiewet is onder andere meer aandacht voor:  

  • Het verbinden van Europese en Nederlandse wetgeving  
  • Het slimmer gebruiken van het stroomnet 
  • Duidelijkere informatie voor consumenten over prijzen en contracten 
  • Meer mogelijkheden om samen energie op te wekken en te delen

De Omgevingswet

De Omgevingswet is per 1 januari 2024 ingegaan. De Omgevingswet brengt verschillende regels over bouwen, milieu, natuur en ruimte samen in één wet en geeft daarmee belangrijke kaders en richtlijnen voor het onderzoeken en bouwen van energieprojecten. Bijvoorbeeld voor het rekening houden met milieu en leefomgeving bij het kiezen van een locatie. Ook staat in de wet hoe bewoners en andere betrokkenen moeten kunnen meedenken over plannen. Op Rijksoverheid.nl leest u meer over de Omgevingswet .

Wilt u meer weten over inspraak, kijk dan op de pagina Hoe werkt inspraak .

Op de pagina Projectprocedure vindt u meer uitleg over participatie bij Rijksenergieprojecten.

Op de pagina's Procedures en Soorten vergunningen staat meer uitleg over hoe het proces werkt bij mijnbouwprojecten.

Wetten en regels voor specifieke soorten energie

Er zijn ook wetgeving en regels die gefocust zijn op specifieke onderdelen van het energienet. Hieronder ziet u een aantal wetten die momenteel in ontwikkeling zijn of een verandering ondergaan. 

De Mijnbouwwet

De Mijnbouwwet gaat over activiteiten in de diepe ondergrond. Bijvoorbeeld aardwarmte , gaswinning , opslag en verkrijgen van grondstoffen onder de grond. De wet bestaat sinds 2003, maar wordt aangepast. Dat is nodig omdat Nederland steeds meer gebruik maakt van duurzame energiebronnen, zoals aardwarmte. Ook moeten veiligheid en de leefomgeving goed beschermd blijven. In 2026 kunnen mensen meedenken over de nieuwe wet. Naar verwachting neemt de Tweede Kamer in 2027 een besluit. 

Nieuwe warmtewet

De Wet Collectieve Warmte (Wcw) vervangt de huidige Warmtewet. De nieuwe wet moet het makkelijker maken om warmtenetten aan te leggen. Maar ook om betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering te waarborgen. Belangrijke wijzigingen zijn dat de gemeenten kunnen bepalen wie warmte mag leveren en dat warmtebedrijven voor meer dan de helft in handen moeten zijn van publieke partijen. Ook worden de tarieven straks niet meer berekend op basis van de gasprijzen, maar op basis van de kosten voor het net. Deze nieuwe wet treedt op 1 januari 2027 in werking.

Wet Windenergie op zee

De Wet Windenergie op Zee regelt waar en hoe windparken op zee gebouwd mogen worden. De wet regelt onder meer het zogenoemde kavelbesluit, dat bepaalt waar en onder welke voorwaarden een windpark gebouwd en gebruikt mag worden. In 2026 is de wet gewijzigd zodat het beter past bij de huidige doelstellingen voor windenergie op zee. Ook komt er een nieuw subsidiesysteem dat meer zekerheid moet geven aan investeerders. De inwerkingtreding van deze wijzigingen is 1 januari 2027. 

Het energienet sneller uitbreiden

Het stroomnet zit op veel plekken vol. Daarom werkt de overheid aan nieuwe regels om uitbreidingen sneller mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door vergunningen en procedures eenvoudiger te maken. Onderdeel hiervan zijn:

  • Europese regels (RED III) die de aanleg van bijvoorbeeld windparken sneller mogelijk maken. Naar verwachting gaat dit op 1 juli 2026 van start.
  • Het kabinet werkt ook aan verschillende wettelijke maatregelen om uitbreidingen van het stroomnet sneller mogelijk te maken. Sommige maatregelen zijn op 1 januari 2026 al van start gegaan. Andere maatregelen gaan komende jaren stap voor stap van start.

Beëindiging salderingsregel

De salderingsregeling stopt vanaf 1 januari 2027. Eigenaren van zonnepanelen kunnen vanaf 2027 zelf opgewekte stroom niet meer wegstrepen tegen hun verbruik. Ze krijgen wel een vergoeding voor het terugleveren van stroom aan de energieleverancier. Op Rijksoverheid.nl leest u meer over het beëindigen van de salderingsregeling .

Projecten van Europees belang

Een deel van de projecten op deze website is aangemerkt als een project van Europees belang. Dit zijn projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van de trans-Europese energie-infrastructuur en een robuust Europees energiesysteem.

Deze projecten worden aangeduid als projecten van gemeenschappelijk belang (Projects of Common Interest - PCI's) en projecten van wederzijds belang (Projects of Mutual Interests - PMI's). Hierbij geldt dat bij projecten van gemeenschappelijk belang enkel lidstaten van de Europese Unie (EU) betrokken zijn, terwijl bij projecten van wederzijds belang ook landen die niet lid zijn van de EU betrokken kunnen zijn.

Meer informatie over dit type projecten en over de voorwaarden waaronder een project in aanmerking komt voor een PCI- of PMI-status, vindt u op de website van de Europese Commissie: Projects of Common Interest and Projects of Mutual Interest .

Om de realisatie van deze energieprojecten die voor de Europese Unie van groot belang zijn is in 2022 de Verordening 2022/869 vastgesteld. Daarin staat dat de lidstaten bepaalde afgesproken stappen moeten nemen voor deze projecten. Deze stappen zorgen voor meer openheid, inspraak en een gestroomlijnde vergunningverlening.

Het ministerie van EZK heeft de procedure voor projecten van gemeenschappelijk (PCI) en wederzijds (PMI) belang in Nederland uitgewerkt in onderstaande handleiding (Nederlands en Engels).