Vragen en antwoorden Aardwarmte – inloopbijeenkomst 5 maart
Over de bijeenkomst in Delft op 5 maart
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) organiseert deze avond om u te informeren over het besluit van de staatssecretaris over de aanvraag startvergunning Delft I. Deze vergunning betreft de ingebruikname van de aardwarmte-installatie en de winning van aardwarmte over een bepaalde, afgebakende looptijd van de vergunning.
Nee, aanmelden is niet nodig. U kunt tussen 18.00 en 21.00 uur vrij naar binnen lopen.
Medewerkers van de volgende organisaties zijn aanwezig: ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), de gemeenten Delft en Pijnacker-Nootdorp, Technische Universiteit Delft, Geothermie Delft (GTD), Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en TNO. Ook is een onderzoeker van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) aanwezig voor zijn onderzoek naar de maatschappelijke aspecten van mijnbouw in Nederland.
Bij de inloopbijeenkomst zijn stands waar u vragen kunt stellen aan de medewerkers van de verschillende organisaties. Er zijn geen grote of algemene presentaties.
Bij de medewerkers van de aanwezige organisaties kunt u terecht voor meer informatie en vragen. Tijdens kantooruren kunt u ook contact opnemen met de heer M.E. Kuiper (telefoon: 070 378 68 14; e-mail: m.e.kuiper@minezk.nl) . Zie ook www.mijnbouwvergunningen.nl/delft .
Reageren op het besluit
Tot en met donderdag 21 maart 2024 kunt u reageren op het ontwerpbesluit. Dat kan door een zienswijze in te dienen.
U kunt op twee manieren een zienswijze indienen:1. Bij de inloopbijeenkomst op 5 maart is een notulist aanwezig om uw mondelinge zienswijze op te nemen. 2. U kunt per post een schriftelijke zienswijze indienen. Stuur deze naar: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Inspraakpunt startvergunning Delft I, Postbus 1119200 AC Drachten. Zorg ervoor dat uw brief is ondertekend met uw naam en adres. Alleen dan kan het als zienswijze in behandeling worden genomen. Dit geldt ook als er andere personen medeondertekenen.
Vergunningenprocedure
De volgende organisaties waren als adviseur betrokken: TNO-Adviesgroep Economische Zaken, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), provincie Zuid-Holland, gemeenten Delft en Pijnacker-Nootdorp, Hoogheemraadschap van Delfland, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Mijnraad.
In de Mijnbouwwet is het zo geregeld dat een partij een vergunning kan aanvragen voor de opsporing en winning van aardwarmte. Dit kan een commerciële partij zijn, of bijvoorbeeld een bewonerscollectief of een gemeente. Er staan geen regels in de Mijnbouwwet welke partij een aanvraag mag doen, zolang de eventuele opsporing en winning maar veilig, verantwoord en met voldoende financiële en technische kennis kan worden uitgevoerd. In dit geval is het een consortium van de TU Delft, EBN, Shell Geothermal en Aardyn. In het ontwerpbesluit is beoordeeld dat dit consortium de activiteit veilig en verantwoord kan uitvoeren.
Energietransitie
Op dit moment zijn er zo'n 120 vergunningen verleend voor aardwarmteprojecten. Dit zijn bijvoorbeeld vergunningen om de mogelijkheden van aardwarmte in een bepaald gebied te onderzoeken (‘toewijzing zoekgebied’), om aardwarmteputten te mogen boren en winning van aardwarmte te starten (‘startvergunning’), en om over langere tijd aardwarmte te mogen winnen (‘vervolgvergunning’). De meeste ervaring met aardwarmte is in Nederland opgedaan in gebieden waar veel glastuinbouw plaatsvindt, zoals het Westland, de kop van Noord-Holland en de Noordoostpolder in Flevoland. De laatste jaren is meer en meer een verschuiving te zien naar gebieden waar veel mensen wonen, omdat daar ook een grote vraag naar warmte is. Het aardwarmteproject in Delft is een mooi voorbeeld waar aardwarmte een rol gaat spelen in de warmtevoorziening van woonwijken.
Op dit moment is een groot deel van Nederland nog afhankelijk van aardgas. Om dit af te bouwen, is het nodig om over te stappen op duurzame alternatieven, zoals aardwarmte. Lees meer op rijksoverheid.nl/duurzame-energie .
Een aardwarmtebron is mogelijk tientallen jaren te gebruiken. De energie wordt ter plekke gebruikt. Er is dus geen transport over grote afstanden nodig. Bovendien is er bij gebruik geen vrijwel CO₂-uitstoot. De aardwarmte-installatie pompt het water omhoog en verspreidt de warmte, via een warmtenet, naar omliggende gebouwen en industrie. Lees meer op rijksoverheid.nl/aardwarmte .
Om van veel nieuwe, duurzame energiebronnen gebruik te kunnen maken, is uitbreiding en aanpassing van de energie-infrastructuur nodig. Die aanpassing en uitbreiding is de komende jaren een enorme klus. Er komen bijvoorbeeld nieuwe windmolens en lange elektriciteitsverbindingen. Veel mensen in Nederland gaan wat merken van die overgang naar een nieuw energiesysteem. Daarom vindt de overheid het belangrijk om bewoners, bedrijven en belangenorganisaties te betrekken bij de keuzes rondom de energietransitie. Lees meer op rijksoverheid.nl .