Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.
Overslaan en naar de inhoud gaan

Net op zee

Windparken op de Noordzee wekken steeds meer elektriciteit op. Voor gebruik moet deze duurzame en schone elektriciteit eerst naar land. Daarvoor is het net op zee nodig. Dit bestaat uit platforms op zee, kabels op en onder de zeebodem en op land, en stations op land. 

Hoe werkt het net op zee?

Windturbines wekken elektriciteit op. Kabels brengen deze elektriciteit naar een platform op zee. Vanaf het platform gaat de elektriciteit via kabels naar land. Daar komt de elektriciteit via een station terecht op het landelijke hoogspanningsnet. En via het hoogspanningsnet kan de elektriciteit bij bijvoorbeeld woningen en bedrijven komen. 

Het platform op zee

Op een platform op zee komt de elektriciteit van verschillende windturbines samen. Daarom noemen we zo'n platform ook wel het stopcontact op zee.  

Er zijn platforms voor wisselstroom en voor gelijkstroom. De keuze voor wisselstroom of gelijkstroom hangt onder andere af van de afstand tot de kust. En van de hoeveelheid elektriciteit. Bij windenergiegebieden die meer dan 100 kilometer uit de kust liggen, gebruiken we vaak gelijkstroom. Een omvormer of converter zet dan de wisselstroom om in gelijkstroom. Daarmee gaat minder elektriciteit verloren tijdens het vervoer over grote afstanden.  

Kabels van zee naar land

Vanaf het platform op zee gaat de elektriciteit vervolgens via kabels naar land. De kabels liggen op of in de bodem van de Noordzee.

Op land gaat de kabel naar een station. Bij een gelijkstroomverbinding zet een converterstation de gelijkstroom weer om in wisselstroom. Dat is nodig omdat het landelijke hoogspanningsnet op wisselstroom werkt. Daarna gaat de elektriciteit via een ondergrondse kabel naar een hoogspanningsstation in de buurt. Vanaf daar verdeelt de elektriciteit zich over heel Nederland. 

De afbeelding brengt in beeld hoe energie van zee aan land komt via ondergrondse kabels.

Wie beheert het net op zee?

TenneT legt het net op zee aan en beheert het. TenneT beheert ook het hoogspanningsnet op land. De overheid bepaalt waar kabels en converter- en transformatorstations op land en op zee komen. We houden daarbij rekening met bijvoorbeeld natuur, scheepvaart, ruimte op zee en land en de gevolgen voor de omgeving.  

TenneT probeert bij de aanleg en het gebruik van kabels en stations de overlast voor omwonenden en bedrijven zoveel mogelijk te beperken. Waar dat kan, combineert TenneT verbindingen van verschillende windenergiegebieden in één tracé (route). 

Hoe ontwikkelt het net op zee zich?

Nederland bouwt de komende jaren meer windparken op de Noordzee. Daarom breiden wij het net op zee ook verder uit. In het Ontwikkelkader windenergie op zee staan afspraken over de aanleg, beschikbaarheid en levensduur van het net op zee. Dit geeft ontwikkelaars van windparken op zee vooraf duidelijkheid over de planning van en voorwaarden voor de ontwikkeling van windenergie op zee in Nederland.

We passen het ontwikkelkader aan als dat nodig is. Bijvoorbeeld als er nieuwe windenergiegebieden bijkomen.

We onderzoeken ook waar nieuwe kabels van zee naar land kunnen komen. Dit deden we in de programma's PAWOZ-Eemshaven en VAWOZ. Voor elke verbinding naar het vasteland starten we daarna een projectprocedure. In zo'n procedure worden de effecten van de infrastructuur onderzocht. En kan de omgeving meedenken over en reageren op de besluiten.  

U ziet een kaart van Nederland. De kaart laat zien waar de windparken zijn. En waar energie van windparken aan land komt. Ook ziet u de kabelroutes. En of de route onderzocht worden, in afwachting zijn van een vergunning of al aangelegd worden.

Hergebruik van aardgasleidingen op zee

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft onderzoek gedaan naar hergebruik van gasleidingen op zee. Deze leidingen kunnen op zee geproduceerde waterstof vervoeren. Groene waterstof is een manier om windenergie op te slaan.  

De 3 onderzochte mogelijkheden gebruiken bestaande aardgasleidingen van Northern Offshore Gas Transport (NOGAT, op zee en land), Noordgastransport (NGT, op zee) en Gasunie (op land). Aardgasproductie op zee mag geen last hebben van hergebruik. Daarom moeten aardgasstromen worden omgeleid. Gasvelden waar nog gas uitkomt, moeten namelijk beschikbaar blijven. En dus zijn nieuwe aardgasleidingen op zee nodig. Anders kan het aardgas niet aan land komen.

De belangrijkste resultaten en conclusies uit het onderzoek:

  • Om nieuwe routes te ontwikkelen voor hergebruik van aardgasleidingen van NOGAT en NGT, zijn ook nieuwe leidingen nodig. Deze zijn nodig om een elektrolyser (een apparaat dat water splitst in waterstof en zuurstof met behulp van elektriciteit) op zee te verbinden met de leidingen van NOGAT of NGT. Ook kunnen de leidingen bestaande aardgasstromen omleiden. Daarvoor zijn veel nieuwe leidingen nodig. De aanleg hiervan heeft vooral gevolgen verder op zee. De impact van deze werkzaamheden is merkbaar vanaf 70 tot 200 kilometer uit de Nederlandse kust. Nieuwe leidingen moeten bestaande infrastructuur veilig kruisen. Bijvoorbeeld stroomkabels van windparken en andere pijpleidingen. Ook moeten we de transportroutes zo kiezen dat ze officiële scheepvaartroutes niet in de weg zitten.
  • Om leidingen voor waterstof opnieuw te gebruiken, moeten we bestaande aardgasleidingen opnieuw begraven. Dit heeft effect op bijvoorbeeld de natuur. Het graven en leggen van pijpleidingen verstoort de natuur. Schelpdieren, bruinvissen en vissen hebben hier last van. De leiding moet diep genoeg onder de zeebodem liggen, zodat deze veilig is voor de scheepvaart en de natuur. Uit verder onderzoek moet blijken hoe diep de leidingen van NOGAT en NGT moeten liggen. En waar herbegraven nodig is.  
  • De effecten van het opnieuw begraven van NOGAT- en NGT-leidingen in de Noordzee vallen mee. Hergebruik van bestaande infrastructuur zorgt namelijk voor minder bodemverstoringen. Het is nog onduidelijk wat de effecten hiervan zijn voor het Waddenzeedeel van de NGT-leiding. Er ontbreken onder andere bepaalde gegevens, waardoor er geen beoordeling van de effecten van de NGT-leiding op de Waddenzee is.  

U kunt het volledige onderzoek hieronder lezen:

Meer windenergie op zee

In 2023 stond er ongeveer 4,5 gigawatt (GW) aan windvermogen op de Noordzee. De Rijksoverheid wil dat uitbreiden naar circa 22 GW. Dat is goed voor ongeveer 2/3 van het huidige elektriciteitsverbruik. Voor de periode daarna onderzoekt het kabinet hoeveel extra windenergie op zee nodig en mogelijk is. Dat hangt onder andere af van hoeveel elektriciteit Nederland in de toekomst nodig heeft.

In het  Programma Noordzee 2022-2027  staat hoe we de ruimte op de Noordzee gebruiken. Daarin staan ook de nieuwe windenergiegebieden die de groei van windenergie op zee moeten realiseren.