Hoogspanningsverbinding Interconnector LionLink
Het LionLink-project van initiatiefnemer TenneT is een infrastructuurproject dat gericht is op het ontwikkelen van een elektriciteitsverbinding tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk met een capaciteit van 2 gigawatt (GW). Het project draagt bij aan de energietransitie door meer hernieuwbare energie te benutten, leveringszekerheid te vergroten en het Europese energienetwerk te versterken. Het Nederlandse deel van het project beslaat circa 19 kilometer onderzeese kabel, vanaf het toekomstige TenneT-platform voor Net op zee - Nederwiek 3 tot aan de grens van de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ) met het Verenigd Koninkrijk.
Projectinformatie
LionLink is een zogeheten Multi-Purpose Interconnector (MPI). Dit is een hoogspanningskabel onder zee die twee functies combineert: het verbindt de elektriciteitsnetten van twee landen met elkaar en sluit tegelijkertijd offshore windparken aan op beide landen. Het project LionLink verbindt niet alleen het Britse en Nederlandse elektriciteitsnet, maar koppelt ook een Nederlands offshore windpark (Nederwiek noord) via platform Net op zee - Nederwiek 3 aan beide netten. Hierdoor kan windenergie flexibel worden uitgewisseld afhankelijk van vraag en aanbod. Zo kan elektriciteit efficiënter worden verhandeld een kunnenvraag en aanbod kunnen beter op elkaar aansluiten.
De visie van het LionLink-project sluit nauw aan bij de bredere Europese energiestrategie. Door de LionLink verbinding wordt de samenwerking tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk versterkt en de betrouwbaarheid van het energiesysteem verder vergroot. LionLink zal elektriciteit via de Noordzee transporteren met behulp van onderzeese kabels. Alle kabels worden doorgaans ondergronds en in de zeebodem gelegd. Waar de kabels andere offshore-infrastructuur (kabels en leidingen) kruisen, worden specifieke kruisingstechnieken toegepast om de kabels te beschermen.
Met een capaciteit van 2 gigawatt levert LionLink genoeg energie voor bijvoorbeeld de provincie Zeeland en draagt het bij aan een stabiele, betaalbare stroomvoorziening. Door de verschillende tijdzones en energiemixen in beide landen, vult LionLink het aanbod van beide landen slim aan. Dit maakt het mogelijk om pieken en dalen in energieproductie beter op te vangen en te benutten. Door hernieuwbare energiebronnen te integreren en de Europese energiemarkt te bevorderen, zet LionLink een belangrijke stap richting een duurzame en onderling verbonden energietoekomst.
Het project heeft een Europese PMI status (Project of Mutual Interest). Een project met een PMI-status is een type energie-infrastructuurproject dat door de Europese Unie wordt erkend als strategisch belangrijk voor een verbinding met landen buiten de EU, in het geval van LionLink met het Verenigd Koninkrijk. Het concept komt voor uit de Trans-European Networks for Energy (TEN-E) verordening. Voor de ruimtelijke inpassing van het LionLink-project is de projectprocedure van toepassing, met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat als bevoegd gezag.
Projectfase
In onderstaande tijdlijn ziet u de fase waarin het project zich op dit moment bevindt.
Stand van zaken
Van vrijdag 22 mei tot en met donderdag 2 juli 2026 lag het Voornemen en Participatieplan ter inzage. In die periode was het mogelijk om een reactie in te dienen. In diverse huis-aan-huisbladen en in de Staatscourant van donderdag 21 mei 2026 is hiervan een kennisgeving geplaatst. Daarnaast is deze publicatie onder de aandacht gebracht in de vakbladen Energeia, Schuttevaer en Vismagazine, en is de publicatie aangekondigd in het Noordzeeoverleg. Op donderdag 4 juni werd een publiekelijke inloopbijeenkomst georganiseerd in het kantoor van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), waar het project LionLink nader is toegelicht door medewerkers van het ministerie en van TenneT.
Er zijn geen reacties binnengekomen op het Voornemen en Participatieplan, waardoor het document ongewijzigd is gebleven.
De volgende stap in de projectprocedure van LionLink is een mer-beoordelingsbesluit. Hiermee wordt door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat bepaald of het voor dit project wel of niet nodig is om een project-MER op te stellen. Deze beslissing zal in het vierde kwartaal van 2026 genomen worden. Indien er geen project-MER nodig is, zal kort na deze beslissing de planuitwerkingsfase van start gaan. In deze fase worden zowel het (ontwerp)projectbesluit als het benodigde besluit (vergunning) voor de uitvoer van dit project opgesteld. Naar verwachting worden het ontwerpprojectbesluit en de ontwerpvergunning in het derde kwartaal van 2027 ter inzage gelegd. U kunt hier dan op reageren door een zienswijze in te dienen.
Voorgeschiedenis
Hieronder vindt u meer informatie over de voorgeschiedenis van dit project.
Het ministerie van EZK organiseerde op donderdag 4 juni 2026 een inloopbijeenkomst waarbij u over het project werd geïnformeerd en u in gesprek kon gaan met de initiatiefnemer van het project en het bevoegd gezag.
Dit was een gezamenlijke bijeenkomst, waarin u ook kennis kon nemen van:
- Het ontwerpprogramma van Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) .
- Het Voornemen en Participatieplan van Hoogspanningsverbinding Interconnector Tarchon .
- De concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) van CO₂ Highway Europe .
Het Voornemen en Participatieplan lag van vrijdag 22 mei tot en met donderdag 2 juli 2026 ter inzage. In die periode was het mogelijk om een reactie in te dienen. In diverse huis-aan-huisbladen en in de Staatscourant van donderdag 21 mei 2026 is hiervan een kennisgeving geplaatst.
Er zijn geen reacties ingediend op het Voornemen en Participatieplan. Daarom is er geen inspraakbundel of reactienota beschikbaar.
Het Voornemen en Participatieplan vindt u hieronder.
Contact Bureau Energieprojecten
Bel:
088 042 47 47
Mail:
bureauenergieprojecten@minezk.nl